Ik blijf staan. Kijk ze aan. De koeien kijken terug.
Ik loop langs. De koeien volgen me.
Ik blijf stilstaan, kijk ze aan. Nu heb ik hun aandacht, alle koeien kijken naar mij.
Plotseling begin ik langs de weg te rennen! De koeien schrikken een beetje.
Ik blijf staan en kijk ze aan.
Ik ren een stukje terug. De koeien kijken.
Ik ren weer een stukje de andere kant op.
De koeien beginnen het te snappen.
Ik draai weer om er ren weer terug. Ik spring af en toe op en neer. Zelfs een koe kan zien dat ik lol heb.
Ik blijf weer stilstaan en kijk de koeien uitdagend aan.
Zodra ik weer een sprintje trek heffen sommige koeien abrupt hun hoofd op. Eentje doet een poging tot een sprongetje.
Als ik nu weer stilsta zijn we aan het spelen: iedereen klaar voor de start?
Rennen!
Ik ren langs de weg. De koeien rennen langs het prikkeldraad.
Plotseling staan we allemaal stil.
We draaien ons om en rennen een stukje terug.
We doen het een paar keer.
Dan krijg ik een steek in mijn zij. Of de koeien gaan liever met elkaar rennen. We stoppen.
Ik heb ook wel eens gehad dat ze collectief besloten dat ik zot was en alleen nog maar naar mij gingen staan staren, hun nekken langgerekt. Onder hun blikken voelde ik me ook zot....
Ik heb één keer gehad dat er ook een stier in de wei stond. Dat was bij een groep koeien die ik net kenden, in België. Terwijl ik met een stel uit de kudde aan het ren-spelen was kwam de stier helemaal van achteren aangerend. Eerst dacht ik nog: daar komt een enthousiasteling meespelen!
Maar een stier speelt niet. Nooit.
Een stier heeft meer de neiging om door het prikkeldraad te komen stormen om diegene die zijn kudde verstoort een lesje te leren.
Zo strooi ik in de herfst een paar walnoten rond in de stad. Ik heb ze over van de grote zak die ik bij mij in het weiland geraapt heb.
's Ochtends, in de schemering, begint het spel.
*POK!*
Een ekster probeert een noot te kraken.
*POK!*
Nog een keer. Hij vliegt ermee naar de punt van het dak en laat de noot vallen op de straat. *POK!*
Dan snelt hij naar beneden om te kijken of de schil gebarsten is en hij lekker bij het vruchtvlees kan.
De volgende dag wandel ik door de stad en speur naar sporen. Voor sommige huizen liggen notenschillen op de grond.
Met name het huis met de trapgevel is kennelijk favoriet. Daar kunnen de vogels het hoogste punt bereiken en toch noten lekker loodrecht naar beneden laten vallen.
Zo heb ik binnenpret en gebeurt er iets in de stad dat de meeste mensen niet weten.
Actiever spelen vraagt ook van jou meer aktie. Muizen of proppen papier aan touwtjes door de kamer zwieren terwijl de poes erachteraan rent. Dat soort spelen ken je wel.
Een ander soort spelen, waarbij je zelf kunt blijven zitten is met een zaklantaarn op de grond en muur.
Of de zon die op een slinger glinsterende dingen schijnt, mijn kat is er een half uur zoet mee en vangt de vlekke op de muur. Na een half uur is de zon verschoven en houdt het spel op.
Wat ik vandaag ga uitproberen is een lege wc-rol of een keukenpapierrol afplakken met stevig papier. Erin verstop ik wat snoepjes en in het papier prik een 3 gaatjes.
De poes kan het ruiken maar moet hard werken om erbij te kunnen.
Ik ben benieuwd of ik haar zo niet leer om lekker papier stuk te scheuren....
update: nou, mooi is dat.
Ze zat erbij en keek ernaar.
Toen keek ze mij meewarig aan: "Vrouwke, wat maak je het weer ingewikkeld."
Ze slaakte een zucht, draaide zich om en rolde zich op haar kussen. En daar heeft ze de rest van de dag gelegen.